Weerstand tegen lastenverzwaring in box 3 groeit, maar oplossing blijft uit
Het is net als het bouwen van 100.000 woningen per jaar; partijen willen wel, maar zitten volledig vast in de vraag hoe dat dan moet...
In het kort
Insiders lezen alles.
De complete kennisbank, premium artikelen, vier communities, webinars en de app. Voor beleggers die verder willen.
Na Prinsjesdag 2025 ziet de fiscale speelruimte voor vastgoedbeleggers er opnieuw anders uit. Met een reeks maatregelen scherpt het kabinet de regels aan rond belastingen, vrijstellingen en aftrekposten.
Er is weinig onverwachts of spannends te zien. Peter Beets van ABN-AMRO Mees Pierson zet nog eens 9 ontwikkelingen op een rijtje.
Voor woningen die niet zelf worden bewoond, geldt sinds 2023 een verhoogd tarief van 10,4%. Het goede nieuws: per 2026 gaat dit tarief terug naar 8%. Het kabinet wil hiermee investeringen in huurwoningen stimuleren.
Beleggers die via hun bv lenen om privé vastgoed aan te kopen, worden sinds 2024 zwaarder belast zodra de schuld meer dan € 500.000 bedraagt. Het meerdere valt dan in box 2 tegen 24,5% of 31% inkomstenbelasting.
Per 2026 stijgt het forfaitair rendement naar 7,78%. Ook het voordeel van eigen gebruik van tweede woningen wordt vanaf dan belast op basis van 5,06% van de WOZ-waarde.
Het was mogelijk om via een aandelentransactie vastgoed over te dragen zonder btw én zonder overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2025 geldt in deze situaties een overdrachtsbelasting van 4%, wat transacties in (ver)nieuwbouw bemoeilijkt.
Verhuurd vastgoed kwalificeert sinds 2024 wettelijk niet langer als ondernemingsvermogen. De BOR en DSR zijn dus niet meer van toepassing, wat gevolgen heeft bij schenking of vererving.
De renteaftrekbeperking wordt in 2025 verruimd naar 24,5% van de gecorrigeerde winst (voorheen 20%). De extra drempel van € 1 miljoen blijft echter gelden, ook voor vastgoed bv’s die aan derden verhuren.
Herstructureren via een splitsing van bv’s met vastgoed wordt beperkt. Sinds 1 juli 2025 gelden extra voorwaarden om te voorkomen dat overdrachtsbelasting wordt omzeild via verkoop van aandelen in plaats van direct vastgoed.
Vanaf 2026 kan btw op dure verbouwingen alsnog worden teruggevorderd door de fiscus, als het pand binnen de herzieningstermijn alsnog voor vrijgestelde verhuur wordt ingezet. De maatregel geldt bij verbouwingskosten boven € 30.000.
De kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting is ingeperkt en geldt vanaf 2025 alleen nog voor agrarische bedrijfswoningen en bijbehorende opstallen. Daarbij geldt een voortzettingseis van tien jaar.
De fiscale speelruimte voor vastgoedbeleggers krimpt zichtbaar. Vooral de ontwikkelingen in box 3 en de btw-herziening bij verbouwingen vragen om nauwkeurige analyse en planning.