Fiscaal

9 gevolgen voor de belegger in vastgoed na Prinsjesdag

17 september 2025 Redactie 3 min. lezen

In het kort

Vastgoed Insider

Insiders lezen alles.

De complete kennisbank, premium artikelen, vier communities, webinars en de app. Voor beleggers die verder willen.

Na Prinsjesdag 2025 ziet de fiscale speelruimte voor vastgoedbeleggers er opnieuw anders uit. Met een reeks maatregelen scherpt het kabinet de regels aan rond belastingen, vrijstellingen en aftrekposten.

Er is weinig onverwachts of spannends te zien. Peter Beets van ABN-AMRO Mees Pierson zet nog eens 9 ontwikkelingen op een rijtje.

1. Overdrachtsbelasting weer omlaag – maar pas in 2026

Voor woningen die niet zelf worden bewoond, geldt sinds 2023 een verhoogd tarief van 10,4%. Het goede nieuws: per 2026 gaat dit tarief terug naar 8%. Het kabinet wil hiermee investeringen in huurwoningen stimuleren.

2. Strengere box 2-heffing bij excessief lenen

Beleggers die via hun bv lenen om privé vastgoed aan te kopen, worden sinds 2024 zwaarder belast zodra de schuld meer dan € 500.000 bedraagt. Het meerdere valt dan in box 2 tegen 24,5% of 31% inkomstenbelasting.

3. Heffing in box 3 fors zwaarder

Per 2026 stijgt het forfaitair rendement naar 7,78%. Ook het voordeel van eigen gebruik van tweede woningen wordt vanaf dan belast op basis van 5,06% van de WOZ-waarde.

4. Samenloopvrijstelling vervalt bij aandelentransacties

Het was mogelijk om via een aandelentransactie vastgoed over te dragen zonder btw én zonder overdrachtsbelasting. Vanaf 1 januari 2025 geldt in deze situaties een overdrachtsbelasting van 4%, wat transacties in (ver)nieuwbouw bemoeilijkt.

5. Geen bedrijfsopvolgingsregeling meer bij verhuurd vastgoed

Verhuurd vastgoed kwalificeert sinds 2024 wettelijk niet langer als ondernemingsvermogen. De BOR en DSR zijn dus niet meer van toepassing, wat gevolgen heeft bij schenking of vererving.

6. Renteaftrek iets verruimd, maar niet voor iedereen

De renteaftrekbeperking wordt in 2025 verruimd naar 24,5% van de gecorrigeerde winst (voorheen 20%). De extra drempel van € 1 miljoen blijft echter gelden, ook voor vastgoed bv’s die aan derden verhuren.

7. Aangescherpte splitsingsvrijstelling

Herstructureren via een splitsing van bv’s met vastgoed wordt beperkt. Sinds 1 juli 2025 gelden extra voorwaarden om te voorkomen dat overdrachtsbelasting wordt omzeild via verkoop van aandelen in plaats van direct vastgoed.

8. Herziening btw bij verbouwingen

Vanaf 2026 kan btw op dure verbouwingen alsnog worden teruggevorderd door de fiscus, als het pand binnen de herzieningstermijn alsnog voor vrijgestelde verhuur wordt ingezet. De maatregel geldt bij verbouwingskosten boven € 30.000.

9. Kavelruilvrijstelling beperkt tot agrarisch gebruik

De kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting is ingeperkt en geldt vanaf 2025 alleen nog voor agrarische bedrijfswoningen en bijbehorende opstallen. Daarbij geldt een voortzettingseis van tien jaar.

De fiscale speelruimte voor vastgoedbeleggers krimpt zichtbaar. Vooral de ontwikkelingen in box 3 en de btw-herziening bij verbouwingen vragen om nauwkeurige analyse en planning.

Schrijf je in en mis niets

Elke week het vastgoednieuws voor de ondernemende vastgoedbelegger die wil groeien en rendement maken